stadsvernieuwing en  stadsonwikkeling rotterdam het oude noorden

Stedenbouwkundige herontwikkeling Oude Noorden Rotterdam

Dit is niet alleen een finacieel haalbare strategie, het is ook overtuigender dan het fragmentarische optoppen waarmee mijn generatie de stad dacht te verbeteren.”   Wytze Patijn (Rijksbouwmeester 1995 tot 2000)

Stadsvernieuwing met autoluwe straten, groene pleinen en sociale woningbouw. deauto takelen we de straten uit
Stedenbouwkundige herontwikkeling met autoluwe straten, groene pleinen en sociale woningbouw.
Schetsmatige verkenning van het Stadsvernieuwing  principe voor het Oude Noorden. De tekening onderzoekt hoe verborgen pleinen kunnen worden geactiveerd, hoe auto’s uit de straat verdwijnen en hoe nieuwe woonruimte, groen en openbare ruimte samen een sterker wijkweefsel vormen.
doorsnede superblok standvernieuwing rotterdam
Stadsvernieuwing , stadsontwikkeling en mobiliteitshub
Stadsvernieuwing , stadsontwikkeling en mobiliteitshub
 stadsontwikkeling en mobiliteitshub en Stadsvernieuwing rotterdam
Locatie:

Rotterdam

Jaar:

1997

Een levensvatbare gemeenschap voor iedereen

Herontwikkeling van het Oude Noorden in Rotterdam

Een levensvatbare gemeenschap voor iedereen is een visie uit 1997 op de herontwikkeling van het Oude Noorden in Rotterdam. Het plan onderzoekt hoe een dichtbebouwde wijk met sociale woningbouw kan worden versterkt zonder haar karakter te verliezen.

Het Oude Noorden is een wijk met smalle straten, verborgen pleinen en een rijk stedelijk weefsel. Tegelijk is de openbare ruimte sterk in gebruik genomen door geparkeerde auto’s. Daardoor blijft er weinig ruimte over om te lopen, te spelen, te verblijven en elkaar vanzelfsprekend te ontmoeten.

De opgave begint daarom niet bij het ontwerpen van een gebouw, maar bij het begrijpen van het dagelijks gebruik van de wijk. Door te lopen, te kijken en te luisteren wordt zichtbaar waar de ruimte wringt. De straat is er wel, maar niet altijd voor de voetganger. De pleinen zijn er wel, maar niet altijd als plek voor de buurt.

De kern van het plan wordt samengevat in één gedachte:

Straten zijn om te lopen en te spelen. Pleinen zijn plekken om te zijn en te ontmoeten.

Auto’s maken plaats voor mensen en groen

Het plan brengt de geparkeerde auto’s onder in een collectieve parkeervoorziening onder het centrale buurtplein. Daardoor ontstaat bovengronds ruimte voor mensen, groen, spel en ontmoeting.

Wat eerst straatruimte is voor stilstaande auto’s, wordt opnieuw onderdeel van het dagelijks leven in de wijk. Bewoners lopen door autoluwe straten naar huis, naar school, naar het plein of naar de parkeergarage. Juist die dagelijkse beweging brengt mensen vanzelf langs elkaar heen. Kinderen spelen buiten, ouderen zitten op bankjes, ouders wachten bij school en buren komen elkaar tegen.

De openbare ruimte wordt daardoor niet alleen ruimer, maar ook socialer.

Verborgen pleinen worden buurtpleinen

Het Oude Noorden kent verschillende verborgen pleinen en onderbenutte binnengebieden. In het plan worden deze plekken opnieuw zichtbaar en bruikbaar gemaakt. Ze worden ingericht als buurtpleinen, elk met een eigen karakter.

Het centrale plein krijgt een dubbele rol. Het is schoolplein, buurtplein en ontmoetingsplek, met daaronder de parkeergarage. De kleinere pleinen worden groener, rustiger en meer gericht op verblijf, spel en dagelijks gebruik.

Door de auto’s uit het straatbeeld te halen, ontstaat een netwerk van autoluwe straten en pleinen. De wijk wordt overzichtelijker, aangenamer en beter verbonden. Mensen kunnen zich makkelijker oriënteren en voelen zich meer eigenaar van hun omgeving.

Groter denken dan optoppen

Tijdens het symposium Stadsvernieuwingsreünie in 1997 werd het plan becommentarieerd door  Wytze Patijn, toenmalig Rijksbouwmeester, die stelde dat de vernieuwing van oude stadswijken vraagt om een finacieel haalbare en integrale strategie als deze waarin wonen, mobiliteit en openbare ruimte samenkomen, in plaats van het simpelweg optoppen van bestaande gebouwen.

De kracht van het voorstel ligt juist in het gebouw-overstijgend denken. Niet één gebouw wordt aangepakt, maar de structuur van de wijk. Parkeren, openbare ruimte, groen, sociale woningbouw, verdichting en ontmoeting worden als één samenhangende opgave gezien.

Volgens de Rijksbouwmeester kan een dergelijke ingreep zichzelf financieren. Door gericht nieuwe woningen toe te voegen, onder andere op strategische plekken rond de bestaande verborgen pleinen, ontstaat financiële ruimte om het ondergronds parkeren en de herinrichting van de openbare ruimte mogelijk te maken.

Daarmee is het plan niet alleen een ruimtelijke visie, maar ook een strategisch model voor wijkvernieuwing.

Bouwen waar ruimte ontstaat

De herontwikkeling maakt gebruik van ruimte die al in de wijk aanwezig is. Nieuwbouw wordt geconcentreerd op strategische plekken, vooral rond de bestaande verborgen pleinen. Incidenteel wordt een hogere woontoren toegevoegd. Deze verdichting maakt de parkeergarage financieel haalbaar en beperkt de noodzaak om bestaande woningen te slopen.

Zo ontstaat een model voor een leefomgeving waarin wonen, sociale woningbouw, nieuwe woningen, parkeren, openbare ruimte en groen elkaar versterken. De ingreep is niet gericht op het vervangen van de wijk, maar op het optillen van wat er al is.

Meer kwaliteit van leven in de bestaande stad

Dit project gaat niet in de eerste plaats over architectuur als vormgeving. Het gaat over ruimte maken in een volle stad. Ruimte om buiten te zijn. Ruimte om elkaar te ontmoeten. Ruimte voor kinderen, ouderen, bewoners en voorbijgangers.

Groen speelt daarin een belangrijke rol. Bomen en groene pleinen verzachten de stenige wijk, zorgen voor beschutting en verkoeling en maken de openbare ruimte aangenamer om in te verblijven. Daarmee sluit het plan aan bij onze bredere manier van ontwerpen in verbinding met natuur.

In deze visie is al zichtbaar wat later een belangrijke lijn wordt in het werk van LAM architects:

Architectuur voor kwaliteit van leven begint bij mensen, bij dagelijks gebruik en bij de vraag hoe een omgeving kan bijdragen aan kwaliteit van leven.

Straten om te lopen, plekken om te zijn

Een levensvatbare gemeenschap voor iedereen laat zien hoe een bestaande wijk kan veranderen door anders naar ruimte te kijken. Niet de auto staat centraal, maar de bewoner. Niet parkeren bepaalt de straat, maar lopen, spelen, ontmoeten en verblijven.

Zo ontstaan er opnieuw straten om te lopen en plekken om te zijn.

Academie van Bouwkunst Rotterdam, 1997. Gepubliceerd in “Met een onbevangen blik”, Rotterdam, 1998.

Top